Ga naar de inhoud
Truus Schröder-Schräder, meer dan een opdrachtgeefster

 

Truus Schröder-Schräder is ongetwijfeld de meest bekende opdrachtgever van Gerrit Rietveld. Niet alleen vanwege het resultaat van de opdracht: het wereldberoemde Rietveld Schröderhuis, maar zeker ook door de relatie tussen haar en Gerrit Rietveld, die ruim veertig jaar duurde tot aan zijn overlijden in 1964. Hun relatie bleef lange tijd geheim. De eerste toevallige ontmoeting vond plaats toen de jonge Gerrit een bureau voor haar echtgenoot kwam afleveren in hun statige huis aan de Biltstraat. Truus was net getrouwd met de advocaat Frits Schröder. Beiden kwamen uit een nette katholieke familie. Haar vader was textielhandelaar, de vader van Frits textielfabrikant, zo leerden ze elkaar kennen. Truus was onder de indruk van de grote hartelijke man met de prachtige stem, zoals zij hem beschreef. En hij stond open voor haar moderne ideeën en haar wens geen kinderen te krijgen, maar te gaan studeren. Het pakte anders uit, Truus werd moeder, van studeren kwam niets en de echtgenoten groeiden uit elkaar. 

‘Die eerste keer hebben we geloof ik allebei gevoeld dat de verhouding een andere was dan die van ‘de client’ en de ‘leverancier’, vertelde zij later. Hoe de relatie met Rietveld zich precies ontwikkelde heeft Truus altijd in het vage gehouden, misschien om de kinderen te sparen. De mooie biografie die Jessica van Geel over Truus Schröder schreef geeft daar ook geen antwoord op. Voor de kinderen van Truus, die nog jong waren toen hun vader stierf – Binnert de oudste was 12 – was de situatie met Rietveld ‘normaal’. Zij waren erg op hem gesteld. Voor Rietvelds kinderen lag dat anders, vooral zijn oudste dochter Bep heeft het haar vader kwalijk genomen dat hij zijn gezin ‘half in de steek liet’ zoals zij het formuleerde. Pas veel later, in de jaren zeventig, heeft Truus in een interview met het dagblad De Tijd gezegd dat Rietveld en zij een liefdesrelatie hadden. Maar altijd benadrukte zij de zielsverwantschap tussen Rietveld en haar. Probeerde ze daarmee een latent schuldgevoel te onderdrukken? Na die eerste ontmoeting bleef het contact bestaan doordat Rietveld vaak kleine reparaties voor de Schröders uitvoerde. In 1922 richtte hij in het grote huis in de Biltstraat een kamer in speciaal naar Truus’ wensen. In 1924, na het overlijden van Frits Schröder, volgde de opdracht voor een nieuw, kleiner huis waarin Truus met haar drie kinderen wilde gaan wonen. 

Voor Truus Schröder was dit huis het begin van een nieuw leven. Ze vertelde graag hoe Rietveld en zij na het eerste door haar afgekeurde ontwerp, samen opnieuw begonnen, vanuit de plattegrond en de stand van de zon, met als hoogtepunt de beslissing de scheidingmuren op de eerste verdieping te vervangen door schuifwanden. Veel verder gingen haar mededelingen over het ontwerpproces van het huis niet. Wel liet ze zich in een interview ontvallen dat ze had gehoopt dat Rietveld veel in het huis zou zijn, bij haar en haar drie kinderen. Ook vertelde ze hoe de bouw van het huis voor Rietveld het startsein was om voor een carrière als architect te kiezen, en dat hij haar vroeg hem daarbij te ondersteunen. Dat werd het architectenbureau Schröder & Rietveld Arch., van 1925 tot 1933 gevestigd in het Schröderhuis in het vertrek dat uitkeek op de Prins Hendriklaan. Het leven van Truus Schröder zou in het teken van Rietveld blijven staan. Ook toen hij zijn bureau verplaatste naar de Oudegracht 155, bleef zij intensief betrokken bij zijn werk. Hij besprak volgens haar kinderen alles met haar, en wanneer hij een tekenaar op zijn bureau een schets gaf die hij verder uit moest werken zei hij er vaak bij ‘als je het niet snapt, vraag je het maar aan mevrouw Schröder, die weet wel wat ik bedoel’.

 

Truus Schröder rond 1911 © CMU/RSA

 

Voor Rietveld had dit ‘icoon van de Moderne beweging in de architectuur’ een andere betekenis. Een opdracht die hem in staat stelde de ideeën waarmee hij al in de Roodblauwe stoel had geëxperimenteerd verder uit te werken en ‘het ABC van zijn architectuur’ te definiëren. In mevrouw Schröder vond hij ‘… een opdrachtgeefster die hele vergaande begrippen had over het gebruik van ruimte .. maar ook het aanvoelen van ruimte … ik heb dat als studie, eigenlijk samen, als studie geaccepteerd .. en dat heb ik nooit meer een tweede keer gedaan …’ voegde hij er aan toe. 

Naarmate Rietvelds roem steeg en de belangstelling voor het Schröderhuis toenam, wilden steeds meer mensen, specialisten en leken weten, hoe Rietveld tot dit bijzondere ontwerp was gekomen en wie hem daarbij hadden beïnvloed. De relatie met de Stijl en Van Doesburgs beroemde manifest voor een beeldende architectuur kreeg de meeste aandacht. Truus Schröder heeft die verwantschap met De Stijl altijd ontkend of gebagatelliseerd. Over haar eigen aandeel bleef ze onduidelijk. ‘We hebben het samen gedaan. Het is als een kind. Dan weet je toch ook niet wat van de moeder en wat van de vader is‘, was haar idee. Het toont eens te meer aan hoe belangrijk deze man en dit huis in haar leven waren, maar het zegt niets concreets over haar aandeel in het ontwerp.

De Italiaans architectuurhistorica Maristella Casciato verwoordt het zo: ‘Moreover the Schröderhouse would not have been built or even conceived without a series of radical breaks with gender convention, each of which was due to the shere force of Schröders personality: her fiancial independance and authority as a client; her ability to act as a spokesperson for her own ideas; Rietveld’s respect for her as a collaborator and equal in matters of design; … . Nevertheless, it must be emphasized that the unique design of the house is especially due to Rietveld, to his talent as an architect, and his own commitment to change in the world of art and architecture.’ 

Zoals gezegd had Truus Schröder volgens Rietveld een goed gevoel voor ruimte en had bedacht hoe zij als onafhankelijke vrouw met haar kinderen en met Rietveld als ‘soulmate’ wilde leven. De ongewone indeling van het huis met wonen en slapen op de eerste verdieping, slechts door schuifwanden gescheiden, kwam van haar. Dat gold waarschijnlijk ook voor de grote eetkeuken, het kleine spreek- of studeerkamertje, de kamer voor de inwonende huishoudelijk hulp en details als de het handschoenenlaatje voor elk gezinslid, de kinderkapstok en de ‘boerderijdeur’ met een boven- en onderdeel. Deze functionele details vond zij belangrijk omdat ze een uitvloeisel waren van de manier waarop zij wilde leven. Daar lette zij op wanneer ze met Rietveld zijn werk besprak en ook corrigeerde zij hem als hij te veel concessies wilde doen aan zijn opdrachtgevers. Als sparring partner, eerste commentator en criticus was zij onmisbaar voor Rietveld. 

Ook in praktische zin heeft Truus Schröder gezorgd dat Rietveld zich kon blijven ontwikkelen. Ondanks de (inter)nationale aandacht en lof voor het Schröderhuis was het bepaald niet zo dat na 1924 de opdrachten binnen stroomden. Rietveld bouwde in 1925 in Wassenaar twee huizen onder één plat dak, die in 1944 door een V-2 werden verwoest en daarna afgebroken. In 1927 volgde de garage met chauffeurswoning. Als experiment met prefab betonnen elementen een heel belangrijk ontwerp, maar gelegen in de achtertuin kjivan het grote statige pand aan de Julianalaan door de buitenwacht waarschijnlijk niet als een volwaardige woning gezien. Andere opdrachten gingen om verschillende redenen niet door. Een atelierwoning met kunsthandel voor Kees van Urk, werd na veel gedoe met de Gooische schoonheidscommissie drie jaar na de opdracht in 1931 toch gerealiseerd. Rietveld kon dit onzekere bestaan volhouden, omdat Truus Schröder hem en zijn gezin in alle opzichten, ook financieel, ondersteunde. Via het netwerk van Truus Schröder kreeg hij of eigenlijk zij samen opdrachten voor verbouwingen, zoals woonkamer, de slaapkamer en later de wachtkamer voor de kinderarts Rein Harrenstein en zijn vrouw An Harrenstein-Schräder, de zus van Truus. 

In 1930 verraste Truus Schröder Rietveld met de koop van een strook grond aan de Erasmuslaan, gelegen tegenover het Schröderhuis. Samen ontwierpen ze twee blokken met respectievelijk drie en vier woningen. Waarschijnlijk slaagde Truus er niet in het project financieel rond te krijgen, in 1931 verkocht ze de grond aan Bredero’s Bouwbedrijf Utrecht met als voorwaarde dat Rietveld de ontwerpen zou mogen leveren. De rij met vier woningen die nog hetzelfde jaar werd opgeleverd oogstte veel lof, dit keer vooral in Nederland. De Erasmuslaan, hoewel zeer modern voor die tijd, maar niet zo extreem van vorm als het Schröderhuis, heeft waarschijnlijk veel bijgedragen aan Rietvelds doorbraak als architect. Vanaf die tijd bouwde hij één à twee grote vrijstaande villa’s per jaar, terwijl zijn meubelen o.a. bij het gerenommeerde warenhuis Metz & Co worden verkocht. Die stroom opdrachten droogde pas op toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog een beroepsverbod kreeg opgelegd. 

Er zijn maar enkele projecten waar Truus Schröder na de verhuizing van Rietvelds bureau naar de Oudegracht nog als medewerkster wordt genoemd. Zij bemoeide zich intensief met de Ekawo-appartementen in Haarlem, bestemd voor werkende vrouwen, een project dat aansloot bij haar maatschappelijke overtuigingen. Haar inbreng bleef belangrijk, maar zij hield zich op de achtergrond, al vergezelde zij Rietveld na het overlijden van zijn vrouw vaak op zijn reizen naar het buitenland. Na Rietvelds dood is Truus Schröder op een andere manier een cruciale figuur voor Rietvelds werk geworden. Zij deed er alles aan om het Schröderhuis en Rietvelds artistieke nalatenschap te behouden. Door het Schröderhuis in eigendom te geven aan de Stichting Rietveld Schröderhuis en het via het beheer van het Centraal Museum openbaar toegankelijk te maken, heeft zij ervoor gezorgd dat Rietvelds betekenis ook nu, door het grote publiek op waarde wordt geschat. 

 

Truus Schröder 1980 © CMU/RSA en Ronald Sweering