
Op zondag 10 september verzamelde zich bij het Cultuurhuis in Bergeijk een gemêleerd gezelschap van circa 30 personen, variërend van (niet zo) jong tot (niet zo) oud, van eigenaren en “kinderen-van”, en professionals, zelfs helemaal uit Groningen. Allen hebben één ding gemeen, te weten belangstelling voor het werk van Gerrit Rietveld in het algemeen en voor De Ploeg en de Rietveldhuizen in Bergeijk in het bijzonder. Als gast/introducee viel mij de eer te beurt verslag te doen van deze dag. Een klusje dat, voor de dag begon, niet heel erg moeilijk leek, maar achteraf toch lastiger blijkt dan gedacht: er was zo veel te beleven, te horen en te zien, er waren zo veel indrukken: met alle interessante informatie is zo wat een boekwerk te vullen. Dit is dan ook niet zozeer bedoeld als een minutieus verslag maar meer als een impressie.

Onderweg naar Bergeijk zorgden de kleurige banieren langs de weg, die aandacht vragen voor 100 jaar De Ploeg, voor een feestelijke entree. Na de gastvrije ontvangst en eerste welkomstwoorden bij het Cultuurhuis, gaf Edwin van Onna een toelichting en rondleiding door het gebouw. We maakten kennis met onder meer de oudst bekende historie van het gebied dat wij nu kennen als Bergeijk, aan het licht gekomen door opgravingen bij het bouwrijp maken van de grond voor het huis Van Daalen. De opgegraven Merovingische gebruiksvoorwerpen zijn deels in Het Cultuurhuis en deels in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden te zien. Boeiend vertelde Edwin over het ontstaan van de Coöperatieve Productie- en Verbruikersvereniging de Ploeg in 1923. Over hoe enkele idealisten eerst een socialistische landbouwkolonie in Best begonnen, de “doorstart cq spin-off” in Bergeijk, in het gebouw en op de grond van het Vegetarisch Herstellingsoord aldaar, en dan de overgang naar weverij, handel in textiel en daarna weer weverij. Ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van De Ploeg, was er in het Cultuurhuis een speciale expositie van de zo befaamde degelijke Ploegstoffen. Blikvangers waren ook de tentoongestelde 1-2-3 jurkjes.
Van belang in het verloop van de gebeurtenissen sinds 1923, was ook de oprichting in het begin van de Tweede Wereldoorlog, van dochtermaatschappij ‘t Spectrum, een meubelfabriek, vanwege het gebrek aan grondstoffen voor de weverij en om de tewerkstelling van de arbeiders in Duitsland te voorkomen.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam namelijk meubelontwerper en kunstverzamelaar Martin Visser in dienst van ‘t Spectrum en raakte Rietveld, die Martin Visser kende en eerder met hem had samengewerkt in Amsterdam, betrokken bij de idealistische beweging in Bergeijk. Van zijn hand zijn de ontwerpen van het huis Visser (1955), het huis Van Daalen (1956), de abri (1963), de staartklok (1963) met 4 uurwerken (en ja, het is gecheckt, ze lopen gelijk aan elkaar), en het fabrieksgebouw van De Ploeg, dat in 1958 in gebruik werd genomen. Het was een verhaal van samenwerking, van wederzijdse creatieve beïnvloeding en inspiratie.

Na de rondleiding werden de deelnemers in drie groepen verdeeld en ging elke groep onder leiding van een deskundige gids vanuit het Cultuurhuis op pad langs de bovengenoemde high-lights. Eindpunt was het (Rijks)monumentale gebouw De Ploeg, alwaar na een goed verzorgde lunch Marja Visser een levendige en boeiende presentatie gaf over het Huis Visser. De dag werd afgesloten met een dankwoord aan degenen die deze wat ons betreft zeer geslaagde dag mede mogelijk hebben gemaakt en een welvoorziene borrel.
Veel van de opgedane informatie is terug te vinden op diverse websites, maar een daadwerkelijke persoonlijke rondleiding als deze biedt toch een beleving die het enkel verkrijgen van informatie overstijgt ook door de vertelde anekdotes en grote en kleine wetenswaardigheden. Zo vertelde onze gids, mevrouw Van Veldhoven, dat Rietveld eens op bezoek was bij de familie Van Daalen die toen nog in het Notarishuis woonde en dat hij aan de overkant bij de bushalte een paar priesters in de regen zag staan. Dit bracht Rietveld op het idee om een schets te maken voor het ontwerp van de huidige abri. Ook vertelde zij ons meer over de samenwerking tussen landschapsarchitecte Mien Ruys en Rietveld. Zij wees ons daarbij ook op de grindtegels die nu zo gewoon lijken, maar die ooit specifiek door Mien Ruys zijn ontworpen.

De wandeling over het Blijenburgpad door het door Mien Ruys ontworpen park bij De Ploeg, voert ons naar het huis van Daalen. Wij werden hartelijk ontvangen met een koel drankje, dat vanwege de hitte goed van pas kwam. Bijzonder was de persoonlijke rondleiding door de ook op deze dag aanwezige twee “kinderen” Van Daalen, Yolande en Diederik. Met eigen ogen konden wij zien hoe mooi het huis en het oorspronkelijke interieur behouden zijn gebleven, en horen dat dit niet vanzelf gaat: het vergt heel wat betrokkenheid en energie om huis en tuin op deze prachtige manier in stand te houden.
Prachtig is ook het verhaal over Ellen Van Daalen-van Oven, die als echtgenote van Ploeg-directeur Roelof van Daalen uit Amsterdam in Bergeijk terecht kwam. Wat een opschudding gaf het, dat zij lippenstift op had! En dan die hond! Maar gaandeweg werd haar maatschappelijke betrokkenheid bij het dorp, onder meer als organisator van een kindergymclubje, medeoprichter van bibliotheek en peuterspeelzaal, zeer gewaardeerd en erkend.


Daarna volgt het bezoek aan het fabrieksgebouw De Ploeg. Onze gids is er terecht trots op dat zij met andere vrijwilligers het markante gebouw na de sluiting in 2007, zo goed en zo kwaad als het ging enigszins in stand wisten te houden. Groot was de opluchting toen in 2016 het bedrijf Bruns zijn intrek nam in het gebouw. Dit bedrijf, een grote internationale tentoonstellingsbouwer, zorgde voor volledige renovatie, met behoud van de sfeer van licht, lucht en ruimtelijkheid. Ook het 12 hectare grote park dat door Mien Ruys was ontworpen, werd gerenoveerd. Wij vernamen dat het gebogen beton van de halfronde sheddaken kwalitatief zo goed was, dat het renoveren van dit beton slechts € 5.000,= kostte. De iconische uitstraling kon zo behouden blijven, de ruimte werd niet in “in stukken gehakt” om er horeca, zwembad of iets dergelijks in te vestigen.

Ook de na de lunch gehouden presentatie door Marja Visser over het Huis Visser, was buitengewoon boeiend en informatief. De inrichting en kenmerken van het huis werden besproken en getoond, maar daarbij kwam ook naar voren hoe in het Bergeijk van na de oorlog een levendige enclave kunstenaars ontstond. Martin Visser was immers niet alleen meubelontwerper, hij verzamelde ook kunst en veel kunstenaars van naam kwamen destijds in huize Visser over de vloer, onder wie Christo en Sol LeWitt. .
Het huis Visser werd te klein voor de uitdijende kunstverzameling en Martin Visser gaf Aldo van Eyck opdracht voor uitbreiding van het woonhuis. (Dit vond plaats na het overlijden van Gerrit Rietveld.) Aldo van Eyck streefde ernaar dit met respect voor het werk van Rietveld te doen. Het verhaal gaat dat Truus Schröder desondanks zo ontstemd was over de verandering van het ontwerp van Rietveld, dat zij niet meer in één ruimte wenste te verblijven met Martin Visser.
Na deze geslaagde presentatie werd de dag besloten door de voorzitter van Rietveldhuizen-VVE, Ida van Zijl, die namens de vereniging en de aanwezigen, allen die deze dag tot een succes hadden gemaakt, hartelijk bedankte. Na de goed verzorgde borrel vertrokken de deelnemers weer noord- en westwaarts, met wat ons betreft, een zeer goed gevoel over deze prima georganiseerde dag.